vrijdag 1 mei 2026

Over Koningsdag, een hond en een portemonnee

Wij houden erg van tradities. En dus stonden wij op Koningsdag vroeg op, om de luilakstoet te zien voorbijtrekken.

Even na zessen rijdt de stoet altijd bij ons aan de overkant van het water voorbij. Een poos later komen ze dan nog een keer aan ónze kant van het water voorbij. De stoet is dan intussen een stuk langer geworden. Wij vinden het een heel leuke traditie, al die versierde tractors, auto´s en brommers, al dan niet zonder uitlaat. 


Zolang er niets vernield wordt, vind ik het leuk en doet het me denken aan een vijftig jaar geleden, toen er in Alblasserdam ook nog op een leuke manier Luilak werd gevierd. Dat werd altijd gedaan op de zaterdag vóór Pinksteren. Er werd met zeep op de ramen geschreven, veel herrie gemaakt en er waren altijd jongens, die in de kerktoren klommen en daar een touw aan de klepel vastmaakten. Vervolgens mocht iederen ´genieten' van urenlang klokgelui. Later is die traditie om zeep geholpen door vernielingen, zwaar vuurwerk en geweld. Zo jammer.

Trijnie en Vesper logeerden bij ons, zodat ook zij van dit leuke begin van Koningsdag konden genieten.




Om half 8 stapte Willem in de werkbus om samen met Vesper en Julian tompoucen te gaan halen bij bakker Casteleijn in Krimpen a/d IJssel. Daar waren Thirza en Hans hard aan het werk. Topdrukte bij de bakkers! 

Terwijl Willem heen-en-weer reed, bakte ik snel een plaat cupcakes voor de kinderen. Er kwam een mooie toef botercrème op en natuurlijk werden ze mooi versierd met oranje sprinkels en kroontjes.

Precies op tijd was Willem thuis en waren ook de cupcakes klaar. We hadden al vroeg koffiedrinkers en het bleef een komen en gaan tot een uur of 11.00. Toen had iedereen z´n ¨Koningsdagontbijt¨ achter de kiezen en gingen ze hun eigen programma afdraaien. 





Willem en ik hadden de hele dag voor ons liggen en geen speciaal plan. Ik vond het wel een goed idee om eens wat ramen te gaan zemen. Er zat hier al 14 dagen saharazand tegen de ramen en dat zag er niet uit. Ik heb niet álle ramen gedaan, hoor. Maar toch wel 9. En toen vond ik het wel mooi geweest.

Ik maakte een heerlijk pannetje tomatensoep voor bij de lunch. 


Halverwege de middag stelde Willem voor om een stukje Lek en Lingeroute te gaan rijden. Ja, leuk! Misschien zouden we nog iets van bloesempracht meekrijgen. (Nee, bijna alles was al uitgebloeid). En we konden altijd nog even ergens uitstappen en wat rond boemelen, hier of daar. Lekker als het plan niet al te vast staat ;-).

We zouden de route in Arkel oppikken. Dus reden we eerst binnendoor naar Arkel. Het was erg druk in de polder. Heel veel fietsers, vooral. In Giessenburg zagen we ineens een loslopende hond. We reden een stukje achter hem aan. Hij was schichtig en leek de weg kwijt te zijn. Ach, arm dier.

We reden het beestje voorbij, maar hadden er allebei geen vrede mee. Wat als die hond de weg op zou gaan? Wat als hij aangereden zou worden? Wat als hij een ongeluk zou veroorzaken? En wie mist z´n beestje? We maakten rechtsomkeert en al snel zagen we hem weer lopen. Staart een beetje tussen de benen. Het was een kleine Mechelse herder. Willem stopte en ik deed het portier open en probeerde hem te lokken. Hij kwam naar de auto toe, maar liep daarna weer weg. Snel sprong Willem uit de auto, om te proberen hem te pakken. Maar hij was alweer weggelopen.

Intussen kwam er een gezinnetje de brug opgefietst en die man begint te foeteren: ¨Wie zet er nu z´n auto zo neer!¨ ¨Nou,¨ zeik ik terug, ¨waarom moet je nu meteen zo lelijk doen? Je weet toch helemaal niet wat er aan de hand is? We proberen een loslopende hond te vangen.¨ Nou, nóg meer gescheld. En de vrouw zei, dat het gevaarlijk was, die auto zomaar op de weg. Nu stond die auto daar helemaal niet gevaarlijk. Iedereen kon er nog prima langs. Dus zei ik: ¨Maar we zijn bezig om een ánder gevaar op te lossen! Er loopt hier een hond los!¨ Het was allemaal tegen dovemansoren. Het werd één grote scheldpartij. Normaal gesproken zouden Willem en ik het langs ons heen hebben laten glijden. Maar wij zaten met de adrenaline hoog vanwege de hond. Dus bleven we terugpraten. Het werd een hele soap. Een buurtbewoner kwam met ontbloot lijf over z´n tuinhekje heen hangen en zei tegen ons: ¨Ga wég! Rijd gewoon door!¨ Maar ineens zagen we de hond weer. Dus Willem achter die hond aan. En gelukkig waren er ándere buurtbewoners, die een helpende hand boden. Eén zei, dat ze een hondenriem ging pakken. 

De scheldende meneer vond het nodig om mij nog toe te bijten: ¨Mens, pak je bezem,¨ maar smeerde hem toen met z´n hele gezin. En Willem kreeg de hond te pakken. Daar was het tenslotte allemaal om te doen :-).

Maar van wie was nu de hond? Drie buurtbewoners overlegden met elkaar. Eén dacht het te weten en ging bij het betreffende huis aanbellen. Maar daar werd niet open gedaan. Iemand zorgde voor een bak water. Iemand zocht vast op, waar het dichtstbijzijnde asiel was. Zelf stond ik telefonisch in de wachtrij bij de dierenambulance.


Toch wilde iemand het nog ergens proberen. Ze dacht, dat ze deze hond bij die mensen gezien had. En zo togen Willem en die mevrouw naar dat adres. Het duurde lang, voordat ze terug kwamen. Maar ze kwamen terug zonder hond! De hond was gelukkig weer bij z´n baasje. Baasje lag op de bank te slapen en had z´n tuindeur afgegrendeld met een stok ertegen. Maar die had de hond wellicht omgegooid en zo had hij kunnen ontsnappen. Ze hadden die hond nog maar 5 dagen en het beestje was dus nog niet bekend daar in de buurt. Hè, hè, wat een avontuur.

Willem en ik vervolgden onze weg naar Arkel. Maar we hadden allebei een heel vervelend gevoel over die scheldpartij. Dat moest echt even zakken.

We pikten de route op en reden langs dijken en langs (polder)wegen. Totdat we Leerdam binnenreden en Willem ineens een portemonnee op de weg zag liggen. ¨Wat is dít?¨ zeiden we tegen elkaar. ¨Eerst een hond, nu weer een portemonnee!¨ Tja, toch maar gestopt, portemonne gepakt en erin gekeken, om te kijken, of we de eigenaar konden achterhalen. We durfden het bijna niet. Straks zouden we in een vólgende scheldpartij belanden...

We vonden een telefoonnummer. Maar er werd niet opgenomen. Nóg een nummer. Daar konden ze ons niet verder helpen. Toen vond ik een adres. In Leerdam! We tikten het in op de navigatie en reden erheen. Willem belde aan, maar er werd niet opengedaan.


Wat nu? We besloten een briefje te schrijven en het met de portemonnee in de brievenbus te stoppen. Dan zouden we later die dag nog wel proberen telefonisch contact te krijgen. Want als iemand zijn portemonnee mist, zal hij waarschijnlijk niet in de brievenbus kijken.

We reden weer terug naar de route. Maar we hadden het zo langzamerhand wel een beetje gezien. We reden nog wat kilometers en haakten toen af. We gingen lekker naar huis en daar een ijsje eten. 

En dat was dan ons avontuur op Koningsdag. Met een hond en een portemonnee. Die portemonnee kreeg gelukkig een leuk staartje. Ergens aan het eind van de middag werd Willem gebeld door de eigenaar, die op zijn gemiste oproepen reageerde. Die man was super blij, dat we z´n portemonnee thuisgebracht hadden. Fijn! Dat compenseerde tenminste :-).